In 2014 bracht de AVRO/Tros fusieomroep het programma ‘Hoe Heurt Het Eigenlijk’, waarin Mark Rutte’s vriend Jort Kelder, die met de bretels en maatpakken, de wereld van de ‘Gegoede Burgerij’ en ‘Adel’ in beeld bracht. Niet alleen in ons land ging hij op expeditie. Hij dook ook op in Londen bij de peperdure kleermakers, juweliers en schoenfabrikanten die schoeisel ‘op maat’ maken voor gefortuneerde klanten. Binnen onze eigen Nederlandse samenleving een ‘niche’. Deels families die niet zwichten en vasthouden aan tradities, en deels bekeerlingen zoals Kelder, die een andere ‘afslag’ namen dan de meeste Nederlanders. Zijn ouders, zijn school, andere invloedrijke mensen in zijn leven, plantten de zaadjes. Maar maatschappelijk was het een trendbreuk. Niet de dure kitsch, dat is meer ‘Oekraïne’ dan het VK, en het ‘snelle geld’ in de sportwereld en de wereld van het entertainment buiten Kelder’s ’niche’.
Op die wijze je hoofd boven het maaiveld uitsteken vergt een zekere moed. Ik wil het niet overdrijven, en zolang je het brengt zoals Kelder, meer ‘Tongue in Cheek’, en beslist niet als een *eis*, is het flamboyant en onschuldig. Het voegt ‘kleur’ toe aan een ‘grauwe’ samenleving. Anders dan Kelder heb ik mijzelf nimmer geroepen gevoeld om van mijzelf een ‘typetje’ te maken, maar ik was ook geen onderdeel van de ‘showbiz’, waar dat usance is. Ik liet, in het verleden, wel maatpakken maken, maar niet in Londen. In het destijds nog innig met het VK verstrengelde Hong Kong, bijvoorbeeld. Gewoon omdat een maatpak stukken beter zit dan confectie, je je eigen wensen op kan laten nemen in de uitvoering, en de stoffen van superieure kwaliteit zijn, terwijl de kosten een stuk *lager* lagen dan bij de duurdere confectie van een ‘merknaam’ die ik in Nederland kon krijgen.
Maar ik voelde, en voel, mij ook thuis in kleding, met bijbehorende parafernalia, die u het idee geven dat u van doen heeft met een zwerver, waardoor ik probleemloos door ‘onfrisse’ buurten in Amerikaanse steden liep, of op een gehuurde Harley aansluiting vond bij ‘doorregen’ motorduivels die elkaar opzochten in Temecula. En ik kan ‘bekakt’ praten en schrijven, maar ook communiceren met een ‘bootwerker’, al geef ik ruiterlijk toe dat ik de aansluiting bij courante taal onder jongeren wel grotendeels kwijt ben. Maar dat komt vooral door het leeftijdsverschil, waardoor die groepen mij niet ‘meenemen’ in de ‘codes’ die zij ontwikkelen, grotendeels ‘Tik Tok’ gedreven.
Een van mijn zoons stuurde mij een ‘Tik Tok’ video waarin twee gewone Britse ‘volkse’ mannen de draak staken met de gobbledygook, de ‘managementtaal’ waarin mensen op ‘LinkedIn’ met elkaar communiceren als ze op zoek zijn naar ‘werk’. Eén van hen had een tekst voorbereid die vol stond met jargon zoals in die kringen gebruikelijk, en via de telefoon zocht hij de bemiddeling van een of ander ‘bemiddelingsbureau’, op zoek naar een goed betaalde baan. In zijn tekst had hij een volzin verwerkt die er op neerkwam dat hij graag wilde vergaderen, zonder nut. Zonder de bedoeling om enig resultaat te boeken. Zijn gesprekspartner van het bemiddelingsbureau viel het niet op, of ze vond het niet iets om bij stil te staan. Maar zo komen bedrijven en overheden aan al die lieden die geld kosten als water, terwijl ze *niks* presteren, of van een bestaande situatie een grote, of nóg grotere puinhoop weten te maken. Ik las op Teletekst dat de gemeente Lelystad de directrice van ‘Jeugdzorg’ had ontslagen, omdat ze *totaal* niet functioneerde, en dat de gemeente nu overwoog om aangifte tegen haar te doen. Maar wie heeft die dame dan aangesteld? Waar waren de ‘checks and balances’?
Afijn, zoals in mijn vorige bijdrage op het Nederlandse gedeelte van dit blog reeds opgemerkt, zitten we in het verkeerde gesprek. *Natuurlijk* kan iemand die de ‘juiste’ taal spreekt en de ‘correcte’ huidskleur en sekse heeft een tyfustrut zijn, een heks, of een onbeholpen zak hooi. ‘Twee druppels water Jort Kelder’ betekent niet dat die kloon ook een programma kan maken over de gedragscodes in dat milieu op vergelijkbare wijze. ‘Ziet eruit als een loodgieter’ betekent nog niet dat je hem of haar aan je drinkwatervoorziening moet laten werken. En ‘spreekt de taal van een manager’ betekent niet dat je rustig kunt gaan slapen omdat de drinkwatervoorziening beslist op niveau zal blijven onder zijn of haar bewind. Dito met het ‘Netwerk’ van de stroomvoorziening. Of de paraatheid van het leger. En ga zo maar door.
Een ‘cultuur’ codificeert taal en gedrag, en gebruiken, waardoor het risico van misrekeningen kleiner wordt, omdat binnen de ‘cultuur’ zones groeien waarin vaklieden snel genoeg door hebben dat iemand die in zijn ‘Golf Outfit’ de ‘Hangout’ van de ‘Hells Angels’ binnenstapt, omdat hij ook een Harley heeft, er moet worden uitgefilterd als een bedrieger. Maar het is complex. Ik ging zelf ooit naar een duistere Jazzclub in een gribusbuurt in Detroit, rijdend in een zwarte Lincoln Towncar, en parkeerde ‘m pal voor de deur, waarop mijn vrienden vroegen of dat niet vragen om moeilijkheden was? Waarop ik stelde dat zo’n auto, daar, óf van een lokale ‘maffiabaas’ was, of van de FBI. En in beide gevallen hield het in dat die auto uitstraalde ‘If you toucha my car, I toucha your face!’. Het leren omgaan met de ‘code’ in een samenleving vergt dat je op voorhand al de *bereidheid* moet hebben om je ogen en oren goed de kost te geven, en je in te lezen. En niet plompverloren aan moet komen zetten met een houding van: ‘Zo deden we het in Polen ook!’, terwijl je in Nederland op zoek bent naar werk. Dan nóg kun je uiteraard ernstige fouten maken.
Mijn standpunt aangaande de vrijheid van meningsuiting berust op een *principe*. Dus als ik tegenkom dat het Verenigde Koninkrijk met *ruime* voorsprong meer mensen arresteert wegens het verspreiden van een mening die de elite niet aanstaat dan *enig* ander land ter wereld (12.183 in een jaar, met Rusland, bijvoorbeeld, slechts 400, en Polen 300), dan kunnen we wel stellen dat daar iets *serieus* mis is. Nou is het Verenigde Koninkrijk *altijd* al een land geweest waar de communicatie strak gereguleerd was, met hermetische ‘fatsoensnormen’ en stijle ‘rangen en standen’, vandaar dat Jort Kelder dáár ook zijn inspiratie op ging doen. Het was een ‘openlucht-museum’, waar boven het ‘gepeupel’ dat zich vermaakte in de pub en op het voetbalveld, en met gokken op alles wat los en vast zit, een kleilaag was aangebracht van ‘Ons Kent Ons’ waar elke beweging strak was gecodificeerd. Wat tot tenenkrommende routines leidt in zo’n fabriek als het ‘Lagerhuis’, waar de elite haar wetten fabriceert, volkomen losgezongen van wat het volk beweegt.
Het volk maakt dat hele circus inmiddels uit voor ‘Rotte Vis’ in taal die aan duidelijkheid totaal *niets* te wensen overlaat. En de elite verzet zich met hand en tand. En niet bijster succesvol. Het is een uitvergroting van de situatie elders in Europa, maar hetzelfde patroon is daar ook zichtbaar.
Alhoewel ik, zoals gesteld, *principieel* de vrijheid van meningsuiting verdedig, gaat het daar dan wel over een *mening*. Een mening hoeft niet onderbouwd te zijn. Dat is een eis die mensen het zwijgen oplegt met een beroep op gebrek aan expertise, terwijl menige ‘expert’ opzichtig uit zijn of haar nek leutert. Ergens de klok wel horen luiden, maar geen idee hoe die drinkwatervoorziening nou werkt, in de praktijk. In alle gevallen ligt de bewijslast bij de expert, en niet bij de man of vrouw met een mening. Maar die vrijheid om je mening te uiten houdt niet in dat je iemand aanspreekt met: ‘Hé, Roetmop!’, of ‘Hé, Bleekscheet!’.
In een ‘meritocratie’ kijkt *niemand* a priori naar het decorum, en ligt de focus op het resultaat. Op dit blog heb ik recentelijk de aandacht gevestigd op Palentir, met haar tamelijk vreemde CEO, Alex Karb, die de bestuursvergaderingen voorzit gekleed in zijn hemd en op bezoek gaat bij regeringsleiders in een ‘Track-Suit’, terwijl hij geen twee seconden stil kan zitten. Maar dát zal mij ‘worst’ zijn. Ik vind het geen diskwalificatie, maar ook niet ‘verfrissend’. Waar ik extreem bezorgd over ben, dat is wat hij met dat bedrijf hoopt te bereiken. Dat Donald J. Trump de meest *baarlijke* nonsens uitkraamt, en zich ‘onconventioneel’ opstelt in zijn omgang met leiders van andere landen, *volledig* wars van iedere denkbare gedragscode, spreekt sommige mensen kennelijk erg aan, maar ik kijk slechts naar het resultaat. Omgekeerd begrijp ik wat mensen zeggen als ze dat soort lieden afwijzen omdat ze een potje maken van de gedragscode die zij zelf tot norm hebben verheven, of meegekregen hebben van hun ouders en docenten. Maar wat nou als zo’n ‘Halve Gare’ wel vrede sticht, en de wereldwijde welvaart, of tenminste de welvaart in eigen land, aanzienlijk verhoogt, *zonder* te stelen, of geweld te gebruiken?
Zoals de vlag er nu bijhangt vermijden zelfs mensen met een academische achtergrond, of werkzaam in de journalistiek, of politiek, of verantwoordelijk voor een onderneming, de dialoog. Het kost ze teveel tijd. Het risico is te groot dat ze met de mond vol tanden komen te staan. En er zijn ‘betere’ methoden om je ‘gelijk’ te halen door geraffineerd de ‘consensus’ te bespelen. Niet dat de drinkwatervoorziening dan wél op orde is, of het Netwerk berekend is op de vraag, of dat het leger dan wél op missie kan worden gestuurd zonder met lege handen thuis te komen. Maar het betaalt goed. ‘Tik, Tok, Tik, Tok, Tik……..’. BOEM!